Begeleiders zijn een onmisbaar onderdeel van de vakantie-ervaring. Een aantal ervaringen.

Elke keer is het weer spannend

Patty Batten: “Ik doe dit werk nu voor het derde jaar en heb ongeveer 10 reizen begeleid. Het bevalt me heel erg goed. Ofschoon ik het ook elke keer weer heel spannend vind. Elke groep is immers anders. Afhankelijk van de samenstelling en de ervaring van de groep verdelen we de taken. De laatste tijd heb ik vaak de coördinerende rol op me genomen. Met mijn levenservaring en achtergrond – ik ben de oudste uit een gezin van zeven kinderen, en de oudste moet voor de kleintjes zorgen – voel ik me daar ook prettig bij. Een goede begeleider beschikt over een goed inlevingsvermogen, is een echte helper, moet alert en flexibel zijn en zeker niet in paniek raken, staat graag voor een ander klaar en kan zich heel klein maken. Daarmee bedoel ik dat niet jij belangrijk bent maar de deelnemers aan de reis. Zij moeten het allemaal vreselijk naar hun zin hebben. En natuurlijk moeten ze ook weer veilig thuiskomen. Gelukkig zijn we daar tot nu toe altijd in geslaagd. Het is gewoon hartstikke leuk werk om te doen.”

Goed inspelen op persoonlijke behoeften

Bob Versteegen: “Ik studeer pedagogische wetenschappen aan de Radboud Universiteit. Wat we op de universiteit leren, pas ik als begeleider van reizen voor mensen met een verstandelijke handicap in de praktijk toe. Dat is heel verrijkend voor mezelf, maar ik denk dat de vakantieganger daar ook wat aan heeft. Je doet niet zomaar wat. Als begeleider krijgen we behoorlijk wat vrijheid en verantwoordelijkheid. Ook dat vind ik heel positief. Het werk is daardoor heel gevarieerd. Door in te spelen op de persoonlijke behoeften van de deelnemers, kunnen we van elke reis een topreis maken. Het werk is echt superleuk om te doen. Soms voelt het zelfs niet als werk, terwijl je toch vrijwel continu bezig bent. Voor de deelnemers ben jij immers de aanspreekpersoon, je bent hun steun en toeverlaat. Een goede begeleider is open, avontuurlijk ingesteld, sociaal, creatief en vindt het niet erg om zichzelf voor gek te zetten, want hiermee doe je hen een groot plezier.”

Een goede begeleidster is zo flexibel als Barbapapa

Anne Joke Fokke: “Ik begeleid mensen met een verstandelijke handicap tussen de 18 en 45 jaar. Het is echt heel leuk werk om te doen. Ik houd van reizen, zowel de actieve, avontuurlijke reizen als de reizen waarbij het ‘relaxen’ de hoofdmoot vormt. Maar het is toch vooral de omgang met de mensen, die mij veel energie geeft. Normaal werk ik als jobcoach met Wajong-jongeren en begeleid ik hen bij het vinden van geschikt werkt. Het werk als begeleidster heeft hier best veel raakvlakken mee. Altijd proberen we het de vakantieganger zo goed mogelijk naar de zin te maken. Daar voelen we ons echt verantwoordelijk voor. Als begeleidster moet je wel zo flexibel als Barbapapa zijn, je moet snel kunnen schakelen, heel veel structuur bieden en een beetje humor op zijn tijd komt de vakantievreugde ook zeker ten goede. Nu ik zelf een dochter heb, zal ik minder vaak van de partij zijn. Vorig jaar kreeg ik nog onbetaald verlof van mijn werkgever. Dat zit er nu niet meer in.”

Het is mijn passie geworden

Caty Boef: “Ik raakte een keer in de trein in gesprek met een man. We hadden het over onze buitenlandse reizen en aan het einde van dat gesprek vertelde hij dat hij ook reizen van mensen begeleidde met een functionele beperking. Dat raakte mij diep in m’n hart. Nog diezelfde week heb ik contact gezocht en diezelfde zomer ben ik voor het eerst als begeleider meegegaan. En dat goede gevoel is gebleven. We werken met mensen met een sociale, psychische of verstandelijke beperking. Ik vind het geweldig hoe ze zijn, totaal geen opsmuk, gewoon heel echt. Je merkt gedurende zo’n reis ook dat veel deelnemers echt loskomen. Dat is heel ontroerend om te zien. Ik had een keer een vrouw, bij wie in de persoonsomschrijving stond dat ze niet aangeraakt wilde worden. Dan is het des te frappanter dat je bij het afscheid een dikke zoen krijgt. Heel bijzonder. Een goede begeleider leeft zichzelf in in de mensen, houdt van organiseren, is creatief van geest, heeft veel geduld en is tevens heel flexibel. Soms neem je even wat afstand en laat je je gezag gelden, maar meestal ben je heel toegankelijk en stel je je liefdevol op. Ik kan tijdens de reizen echt helemaal mezelf zijn. Lekker gek ook op z’n tijd. Laatst zei een jongen met het syndroom van Down tegen de anderen lachend: ‘Nou, die spoort ook niet helemaal’. Dat typeert mij. Ik ben 65 en doe zo’n zeven reizen per jaar. Tussen elke reis heb je een paar weken om verslag te doen van de reis die erop zit en contact te zoeken met nieuwe deelnemers. Toch leer je ze pas echt kennen als je samen op vakantie bent. Ik hoop dit werk nog tot m’n tachtigste te doen. Het is mijn passie geworden.”